Per-trein-naar-Peking.reismee.nl

Donderdag 29 juli - Begin rondreis door Centraal Mongolië

Rond kwart voor negen worden Anke en ik bij onze hostel we opgehaald. In de 4-wheel drive Japanner zitten dan Christiaan en Willemiek al te wachten. Zij zijn op huwelijksreis. Met chauffeur Ajosh en reisleidster Biamba zullen we de komende week zo'n 1300 km rondtoeren. Wat een luxe, dat ze met zijn tweetjes voor ons vieren gaan zorgen!

Met de wegen is het nog droevig gesteld in Mongolië. Er zijn maar weinig asfaltwegen, die vaak ook nog eens in slechte staat van onderhoud zijn. Dat betekent dat we vaak via moeilijk begaanbare paden van de ene naar de andere plaats zullen rijden. Om de moeilijkheidsgraad te verhogen, lijkt de lokale ANWB sinds haar oprichting nog niet aan het plaatsen van richtingsaanwijzers toegekomen te zijn. Vandaag kunnen we alvast stevig oefenen. Op het programma staat immers een rit naar een gerkamp bij Oygi Nuur, een afstand van ongeveer 400 km.

De eerste paar honderd kilometer lukt het allemaal nog redelijk, maar dan begint het onvermijdelijke gestuiter door rulle zand. Urenlang, berg op, berg af. Intussen wordt het landschap steeds wijdser. Af en toe maken we een korte stop om foto's te maken of om wat te eten. Een piramideachtige hoop stenen is ook een aanleiding. Het geheel heeft een spirituele betekenis. Als je bij de verzameling stenen aankomt, dien je er respectvol omheen te lopen. Je mag ook wat te wensen hebben. Daartoe breid je de hoop met je eigen steen uit. Een bakbiljetje ertussen stoppen is eveneens een optie. Misschien schiet het dan wat harder op met je wensen. Bij een enkeling heeft het bezoek aan de spirituele keienmassa in ieder geval resultaat opgeleverd. Dat concludeer ik tenminste bij de aanblik van twee krukken, die door een rasoptimist zijn achtergelaten. Ik blijf een beetje sceptisch en besluit mijn eigen kruk voorlopig nog maar gewoon mee te nemen.

Na een rit van acht uur komen redelijk fit aan bij een prachtig uitgestrekt meer. In het kamp, zullen we weer in zo'n traditionele ger gaan slapen. De bedden zijn zeer comfortabel, merken we direct op. Maar eerst gaan we eten. Het speciale programma hebben ze voor het laatst bewaard. Ik word naar een aparte ger geloodst. Algauw wordt me duidelijk dat ik als buitenlander in een integratietraject beland ben. Even waan ik me in Volendam, maar het blijkt nè t even iets anders te gaan. Eerst word ik verkleed als échte Mongoliër. Vervolgens onderga ik eeninnerlijk transformatieproces. Als dat voltooid is voel ik me meer dan ooit met de lokale bevolking verbonden en kunnen de foto's genomen worden. Wanneer de duisternis valt, zoek ik mijn bedje maar eens op. In mijn dromen galoppeer ik op mijn paard achter een kudde aan. Als een échte Mongoliër.

Woensdag 28 juli - Laatste dag in Ulaan Bator

Het is een rustig dagje vandaag. Wat later in de ochtend verlaat ik het hotel. Ik ga een wandelingetje maken. Het bezoeken van eenberoemde tempel is het doel. Onderweg maak ik wat foto's en sta er ondertussen versteld van hoe het leven van weleer zich met de moderne tijd versmelt.Enerzijdszijn er deschoenpoetsers, sigarettenverkopers en Sonja Bakker adepten die je voor een paar stuivers met je gewicht willen confronteren; anderzijds zieje het ene bankgebouw na het andere de grond uit gestampt wordenen de stedelingen met hun mobiele telefoons door de stad heen snellen.

Na wat internetwerk - vooral het plaatsen van foto's is een heel moeizaam gedoe - ga ik op zoek naar een vertaalbureau. Mijn aangifte bij het politiebureau kan om financiele redenenbeter hier dan in Nederland vertaald worden. In een houten barak tref ik na een speurtocht eindelijkeen mevrouw die me verstaat. Zij blijkt de vertaalster te zijn. Dat kun je ook goed zien, want ze heeft twee woordenboeken, waaruit ze af en toe behendig een woord opzoekt.'Only 5 minutes', zegt ze geruststellend. Dat is niet slecht ingeschat, na tien minutenmag ik de tekst beoordelen en kleine verbeteringen aanbrengen. Dangaat de stempel erop en kan de rekening - zonder bonnetje - betaald worden. Omgerekend zo'ntwee dollar. Geen cent teveel, zou ik zo zeggen.

Morgen ga ik met drie andereneen zevendaagse excursie naar het noordwesten maken. Soms zullen we grote afstanden afleggen. Het wordt letterlijkeen schokkende onderneming, want het binnenlandkent nauwelijks wegen. Van internetverbindingen valt ook niet veel te verwachten. Maar ik ga het tussentijds proberen. Anders wordt het volgende weekwoensdag, net voor mijn vertrek naar Peking dat ik weer kans zie om me op dit blog te melden. Intussen gaat het genieten in alle intensiteit onverminderd voort....

Dinsdag 27 juli - Terug in de stad en weer bij kas!

Met een vierkante rug sta ik op. Het slapen op een nomadenbed is niets minder dan een oefening in nederigheid. De betonnen vering is daar debet aan, naast de beperkte afmetingen. Aan de lokale bevolking mag zo'n bed dan misschien een zee van ruimte bieden, voor de kingsize minnende Nederlander zit er niets anders op dan zijn knieën tot zijn nek toe op te trekken.

Tijdens het ontbijt spreek ik met een Duitse arts. Mijn enkel gedraagt zich prima. Ik hoef dan ook geen beroep op hem te doen. Rond elf uur gaan we weer terug naar ons hotel.

Daar eenmaal aangekomen, besluit ik te kijken of het lukt de kas bij te spijkeren. Een medewerker van het lokale reisagentschap wil me wel helpen. En vooral Marcel; misschien de enige mantelzorger wiens hulp zich tot ver over de nationale landsgrenzen blijkt uit te strekken. Hij wil wel even bijspringen. Daartoe ben ik voor het eerst overgeleverd aan de Western Union, de bank waar de Nigeriaanse bendes zo succesvol zaken mee plegen te doen. Na wat mailtjes heen en weer kan Marcel de verlossende Money Transfer Code doorgeven. Net voor sluitingstijd loop ik het bankgebouw in, om de hoek van mijn hotel. Vijf minuten later sta ik opgelucht weer buiten. Mè t een handvol dollars om - met een bé é tje geluk - de hele reis uit te kunnen zingen.

Uit de geldzorgen: dat moet natuurlijk gevierd worden. Ik neem mijn laatste Mongoolse biljetten mee, nog altijd een forse bundel. Het lijkt me genoeg om een avond tomeloos uitgaansplezier mogelijk te maken. En daar gaan we dan, met een man of tien, op naar de Ierse pub in de trendy binnenstad. Bij het afrekenen van mijn eerste biertje duizelen de bedragen op de bankbiljetten voor mijn ogen. Geeft niet...maar toch... met het opdrinken van dat eerste biertje spoel ik en passant de helft van mijn Mongoolse vermogen weg. Voor mijn derde biertje moet ik al beroep op iemands welwillendheid doen. Het is gezellig aan tafel met een gezelschap van zeven nationaliteiten, waarvan de gemeenschappelijke parapluie de Engelse taal is. Mijn buurman komt uit Australië. Hij vliegt. Op een airbus. Nu drinkt hij. Een hele verzameling lege flessen staat voor hem op tafel. Als stille getuige. Ik prijs me gelukkig dat ik niet met hem hoef mee te vliegen over een paar uur. Maar dan slaapt hij. In de lucht. In een stapelbed. Boven mij.

Maandag 26 juli - Excursie naar het Terelj National Park

In de grote stad Ulaan Bator - meer dan een miljoen inwoners - kanik niet zo goed uit de voeten. Daarom besluit ik op de pof een excursie te maken. Met overnachting. Op naar het Terelj Park dus, in een busje met zijn zevenen. Na een paar uur arriveren we in een compleet andere wereld die rust, eenvoud en stilte heet. Met drie Amerikaanse vrouwen deel ik een yurt. Dat is een typisch Mongoolse nomadentent, zoals er hier duizenden, zoniet tienduizenden overal in het landschap verspreid staan. Het uitzicht hier in het dal is prachtig: ik kan heerlijk ver weg kijken, diep de bergen in. Her en der zijn wat vlokjes paarden, koeien en schapenover de weides gedrapeerd. Mongolië heeft er alle ruimte voor: de oppervlakteis 36 keer Nederlandterwijl het slechts drie miljoen inwoners heeft, waarvan het grootste deel in de steden woont. Buiten die steden behoort de openbare ruimte praktisch geheel aande nomaden toe, die met hun snelle Dengis Khan paardjes hun kuddes vee op zeer behendige wijze weten te hoeden.

Na de lunch bestijgen we zelf die snelle paardjes. Het is dan half drie. De tocht zal twee uur gaan duren. Met het tempo blijkt het mee te vallen; we beperken ons tot een rustig sukkelgangetje. Maar het is vooral leuk, juist voor mij misschien omdat wandelenin dit golvend landschap wel erg lastig en zwaar voor me is. In het begin is het allemaal nog wel even wennen. De paarden zijn klein, het zadel eveneens en het kost me dan ook moeite om mijn evenwicht te vinden. Allengs gaat dat beter. Met enige stoutmoedigheid weet ik zelfs een filmpje te schieten (zie video's).Wanneer we weer terug zijn bij onze tenten, stap ik met lichte trots van mijn brave viervoeter af.

Na de avondmaaltijd treedt alras de duisternis in. Terwijl het jonge, internationale gezelschap zich met de nodige flessen bier bij een vuurtje verbroedert, trek ik me in mijn tent terug. Om nog wat na te genieten. Met stemmige IPod-muziek.

Zondag 25 juli 2010. Ulaan Bator, de hoofdstad van Mongolië

Vanmorgen stopt - weliswaar voorlopig - het einde van de treinreis. En dat allemaal om 6.30 uur in de vroegte.Hoe merkwaardig het ook mag klinken: ik zal die trein gaan missen. Met enige weemoed neem ik dan ook afscheid van mijnwagongenoten. InUlaan Bator (of hoe schrijf je het ook al weer) zal ik een paar dagen verblijven, totdat de rondtour van een week gaat beginnen. Mijn onderkomen is bescheiden van aard: het betreft een hostel in de categorie Santiago de Compostella. Met veel gezelligheid van de halve wereld op de gezamenlijke slaapkamer dus.

Na het inchecken overleg ik met de vrouwelijke ‘manager' hoe ik me het beste bij de politie kan melden om mijn in Moskou gestolen portemonnee aan te geven. Ze bedenkt een tweetal scenario's, waarvan het sterkste wordt uitgekozen. Het betreft een onvervalste eenakter waarbij een onwillige taxichauffeur, een obscuur type in een achteraf straatje en mijn kruk & handicap een hoofdrol spelen. Op naar het politiebureau.Als een volleerd acteur stort ik me op mijn rol. Wanneer het een beetje te heet onder mijn schoenen dreigt te worden, verschuil ik me achter een uitermate belabberd soort Engels. Het niveau van mijn spel wordt als zeer authentiek ervaren: al na twee uur sta ik met een wapperend papiertje als trofee buiten. Nu nog op de een of andere manier geld zien te regelen. Dat kan wellicht morgen. Of anders overmorgen. Met het geld dat ik nog over heb van de treinreis, zing ik het in ieder geval nog wel een paar dagen uit. Het eten kost hier immers slechts een appel. Of een ei.

Zaterdag 24 juli, naar de grens en Ulaan Bator

Er wordt geklopt op onze coupedeur. Het is half drie in de nacht Moskou tijd. Het blijken de Franse wagongenoten te zijn die ons wekken om ons te attenderen op het bereiken van het Baikalmeer. Het immense meer - het grootste ter wereld en 1800 meter diep - ligt er nog wat slaperig bij. Daartoe heeft het zich onder de wolken achter een grauwe ochtendnevel verscholen. Voor ons valt er dan niet meer zoveel te verbazen of te verwonderen. Ik kruip maar weer onder de lakens. Om half negen word ik wakker. Het weer is sinds gisteren voor het eerst sinds mijn vakantie veranderd: geen blauwe, zonnige hemel meer. Het is nu wisselvallig met veel bewolking en af en toe een bui.

Met mijn enkel gaat het wonderwel nog steeds heel goed. Ik gebruik mijn kruk nauwelijks en zelfs het passeren van de eindeloze, smalle gangen van de rijtuigen naar de restauratie gaat me goed af. Intussen komt Mongolië al aardig inzicht: over een half uurtje zijn we bij de grens. Het landschap is intussen al flink veranderd. We rijden nu per dieselloc op enkelspoor door een groen berglandschap met slingerende rivieren, wat prachtige vergezichten oplevert. De woningen hebben hier een fraaiere bouwstijl en de gehuchten en dorpjes zien er in het algemeen wat meer geordend uit. Bij de grens kan ik mijn laatste roebels tegen Mongoolse valuta wisselen. Ook springt de klok vooruit naar de lokale - Mongoolse - tijd. Gedurende het gehele traject werd tot nog toe de tijdzone van Moskou gehanteerd door de spoorwegen, om verwarring zoveel mogelijk te voorkomen. Intussen is het tijdverschil met Nederland opgelopen tot zes uur. De klok gaat dus straks met een flinke sprong vooruit.

Uitrusten kunnen we ook: voor de douaneformaliteiten wordt drie uur uitgetrokken. Onze bewegingsruimte zalzich dan tot trein en perron beperken.

Vrijdag 23 juli, de vierde dag onderweg naar Irkoetsk (Baikalmeer)

Om half negen wordt ik wakker. Zoals gebruikelijk openen de Chinezen het ochtendritueel met rustige niets-aan-de-hand muziek op de piano. Af en toe slipt er een onvervalste Chinese evergreen tussendoor. We dienen immers goed te beseffen, dat we nog steeds onderweg zijn naar Peking. Ik heb weer prima geslapen. Oordoppen heb ik tot nog toe niet nodig gehad. Daar zorgt de vaste ritmische cadans van de wielen op de rails wel voor. Die begint de èchte vaste muzikale begeleiding van de treinreis te worden.

Gisteren ben ik nog eens door een groot deel van de trein gelopen. Een aantal wagons zijn een stuk luxer dan de onze: het betreft hier de zgn. soft-sleepers die met hun chique houten afwerking duidelijk klasse uitstralen. Het ‘softe' verwijst naar de zit/slaapbanken, die door hun dikkere vullingen absoluut comfortabeler zijn. Toch wennen onze Spartaanse banken snel. Al een paar uur na vertrek uit Moskou, hebben we genoeg zitvlees ontwikkeld om van de rest van de reis onbekommerd te kunnen genieten.

Bijna aan het einde van de rups bevindt zich de restauratie. De hooggehakte Russische Eline zwaait er de scepter. Met haar kokette rokje en net iets tè geblondeerd kapsel zou ze zo de vermaaksindustrie ontvlucht kunnen zijn. Haar werkterrein in retrostijl maakt een prettige indruk. Alleen zou ze haar schreeuwerige Russische popmuziek gerust een beetje mogen dimmen. En als we dan toch met tips bezig zijn: de minimale kennis van een stuk of wat Engelse woorden zou wel erg handig zijn.

Het laatste rijtuig heeft een bijzonder karakter. Hier huizen namelijk uitsluitend Russen, waar zich slechts é é n vrouwelijke landgenoot over bekommert. Tijdens mijn rondgang gaat het er allemaal gelaten aan toe. Gewoon wachten maar, totdat het reisdoel bereikt is, lijkt het credo.

De stookvoorziening in ieder treinstel blijft een waar fenomeen. Enerzijds is er een met steenkolen gestookte kachel, waar de Chinezen hun heet water en potje op koken. Daarnaast is er voor de passagiers een aparte heetwaterboiler, de Samovar. Deze draait eveneens op steenkool. De kachelpijpen van beide installaties komen uit op het dak. En zo creëren we met onze openstaande ramen de perfecte nostalgische illusie, door een stoomtrein voortgetrokken te worden. Overigens is dat best een handig ding, die Samovar. Met het hete water kun je gemakkelijk thee of koffie zetten. De noodlesbakjes die op halteplaatsen steeds verkocht worden, kun je met wat Samovarwater verdunnen. Na het inweken, kun je het water weggooien en aan je maaltijd beginnen.

Donderdag 22 juli: op naar Omsk en Novosibirsk.

Het begint allemaal al aardig te wennen in de trein. Over twee uur is het 19.00 uur. Dan zijn we al in Novosibirsk, 3340 km. van Moskou verwijderd. Straks om half tien (Moskou tijd) zijn we alweer twee volle dagen onderweg. De tijd gaat snel, eerlijk gezegd te snel. We razen met een flink tempo door het landschap heen. Nog steeds zien we overwegend berkenbos. Maar zo nu en dan is er ook de afwisseling van een wijds landschap met het en der wat verdwaalde bouwwerkjes. Architectonisch stellen die bouwsels meestal niet veel voor: soberheid en gebrek aan onderhoud vormen het vaste, ietwat droefgeestige patroon. Toch zou daar best eens een erg eenvoudig en basaal leven achter schuil kunnen gaan. Een leven zonder stress, ver van de grote jachtige steden verwijderd.

Van verveling heb ik geen last: ik heb prima contact met mijn wagongenoten. Onderling zoeken we elkaar regelmatig op. Er hangt een heerlijk relaxed internationaal sfeertje. Bijna iedereen treint door naar Peking. Dat levert een prettig soort saamhorigheid op. Iets doen voor elkaar is dan vaak vanzelf sprekend. Zo nu en dan sta ik in het gangpad wat dromerig uit het raam te staren: ook dat hoort bij de vaste activiteiten. Je kunt dan je fantasie de vrije loop laten gaan. Ondertussen passeren de eeuwige wouden met berkenbomen. Dat is kennelijk zowat het enige dat het op de zure grond goed doet.

Deze reis is mede mogelijk gemaakt door:

Tiara Tours